Ga naar inhoud

Driver swing: zo verschilt hij van je ijzerswing

Golf etiquette

Een goede driver swing verschilt op drie punten van je swing met een ijzer. Je staat iets breder dan schouderbreedte, de bal ligt verder naar voren, net binnen je linkerhiel, en je raakt de bal minder neerwaarts. Met een ijzer sla je de bal van bovenaf het gras uit. Met een driver komt de clubkop veel vlakker binnen en neemt hij de bal van de tee mee. Bijna alles wat daarvoor nodig is, regel je al voordat je de club in beweging zet. De aanwijzingen hieronder gaan uit van een rechtshandige golfer; ben je linkshandig, draai dan links en rechts om.

Wat is het verschil tussen een driver swing en een ijzerswing?

Het grootste verschil zit in de aanslaghoek, de richting waarin de clubkop beweegt op het moment dat hij de bal raakt. TrackMan houdt daar gemiddelden van bij, voor tourspelers en voor amateurs. Met een ijzer 6 komen tourspelers gemiddeld binnen onder een hoek van -3,7 graden, dus duidelijk naar beneden. Met de driver is dat gemiddeld -0,9 graden, nog steeds licht neerwaarts, maar bijna vlak.

Die vlakkere hoek krijg je niet door je swing om te bouwen. Draaien, armen, doorzwaai. Dat blijft grotendeels hetzelfde als bij je ijzers. Wat verandert, is de opstelling eromheen. Een nieuwe swingtechniek is daarvoor niet nodig. Gaat het mis met de driver, kijk dan liever eerst naar je adressering en pas daarna naar de swing zelf. Een bal die op de verkeerde plek ligt of te laag op de tee staat, dwingt je tot compensaties die je tijdens een snelle swing niet meer bijstuurt.

Hoe hoog tee je de bal met een driver?

Tee de bal zo hoog dat bij adressering ongeveer de helft van de bal boven de bovenrand van je driver uitsteekt, de crown. Dat advies komt van de materiaalredactie van GOLF.com, en de reden is de aanslaghoek, een hoger getede bal stimuleert een slag die minder naar beneden gaat. Ligt de bal vlak boven het gras, dan nodigt dat uit tot dezelfde neerwaartse beweging als met een ijzer, en daar is een driver niet voor gemaakt.

Controleer de hoogte niet van bovenaf, want vanuit je eigen ooghoogte schat je hem slecht in. Zet de club achter de bal, doe een stap opzij en kijk van de zijkant. Zie je de helft van de bal boven de crown, dan zit je goed. Neem daarna pas je stand in.

Waar leg je de bal en hoe breed sta je met een driver?

De bal ligt bij de driver net binnen je linkerhiel, volgens Golf Monthly. Dat is verder naar voren dan bij welk ijzer ook. Je raakt de bal daardoor later in de swingboog, op het moment dat de clubkop niet meer steil omlaag gaat.

Je voeten staan iets verder uit elkaar dan schouderbreedte, dus breder dan bij een ijzer. Golf Monthly noemt stabiliteit als reden. Met de driver swing je sneller dan met welke andere club ook, en een bredere basis houdt je in balans terwijl je romp draait. Overdrijf het niet. Het advies is iets breder dan je schouders, geen zo breed mogelijke stand.

Hoe sta je bij adressering met een driver?

Bij de driver staat je rechterschouder bij adressering lager dan je linkerschouder. Je wervelkolom helt daardoor iets van het doel af. Golf Monthly beschrijft die houding als onderdeel van een goede driver-adressering. Hij past bij de rest van de opstelling. Met de bal ver naar voren en je bovenlichaam licht achter de bal kom je vanzelf vlakker binnen.

Zet de onderdelen in een vaste volgorde, zodat je er op de tee niet over hoeft na te denken:

  1. Tee de bal zo dat de helft boven de crown uitsteekt, en controleer dat van opzij.
  2. Leg de bal net binnen je linkerhiel.
  3. Zet je voeten iets breder dan schouderbreedte. Iets, niet veel. Het gaat om een stabiele basis.
  4. Laat je rechterschouder iets zakken, zodat je wervelkolom licht van het doel af helt.

Moet je de bal met een driver echt van onderaf raken?

Nee, en dit is het misverstand dat de meeste schade aanricht. Veel golfers hebben ergens opgepikt dat je de bal met een driver “van onderaf” moet raken, met een duidelijk opwaartse slag. De TrackMan-cijfers vertellen iets anders. Zelfs op de PGA Tour is de aanslaghoek met de driver gemiddeld -0,9 graden. De beste spelers ter wereld slaan dus gemiddeld nog net iets naar beneden.

Voor amateurs komen uit de TrackMan Combine deze gemiddelden met de driver:

  • scratch of beter: -0,9 graden
  • handicap 5: -1,1 graden
  • handicap 10: -1,2 graden
  • gemiddelde golfer (handicap 14,5): -1,8 graden

Het verschil tussen een tourspeler en een gemiddelde clubgolfer is minder dan een graad. Een goede speler komt dichter bij neutraal, maar slaat niet steil omhoog. Het verstandige doel voor de meeste golfers is daarom niet “omhoog slaan”, maar “minder neerwaarts slaan dan met een ijzer”. Dat bereik je met de teehoogte, de balpositie en de schouderstand uit de vorige paragrafen, niet door tijdens de swing achterover te gaan hangen of de bal op te scheppen. Bewust omhoog slaan werkt niet als doel, omdat zelfs de beste spelers het gemiddeld niet doen.

Een aanslaghoek meet je niet met het blote oog. Heeft je club of driving range een launch monitor, dan zie je het getal na elke slag en merk je snel wat een hogere tee of een bal verder naar voren doet. Zonder meting werk je op gevoel, en dan is de opstelling het enige wat je zeker kunt controleren.

Wat als de driver swing nog steeds niet lukt?

Staat de opstelling goed en gaat de bal toch alle kanten op, dan zit het probleem vaak in een van de bekende fouten in de swing zelf. Die staan op een rij in ons artikel met vijf dingen die je wel en niet moet doen met de driver. Twijfel je of je huidige club wel bij je past, kijk dan in de koopgids voor een nieuwe golf driver. Begin wel eerst bij de opstelling. Die kost niets en levert bij de meeste golfers meer op dan een nieuwe club.

Bronnen
Sjoerd
Sjoerd Schrijft op Onlinegolfer golftips voor beginners en gevorderden, reviews en eerlijk koopadvies over golfsets, golfkleding, golfhorloges en accessoires.